componist | dirigent

Dennis Hazenoot, Arend Gerds en Ruben Maathuis: een nieuwe generatie componisten met ambities in de HaFaBra sector. Ze zijn alle drie als jonge muzikant begonnen bij een muziekvereniging. Tijdens hun studies in compositie hebben ze zich toegespitst op andere genres, waaronder filmmuziek, kamermuziek en elektronische muziek. Maar na hun studies duikt de HaFaBra weer op. Een sector waar ze hun opgedane kennis en hedendaagse technieken graag zouden willen implementeren, resulterend in een samenspel van traditie en vernieuwing.

Door Jana Houben

Dennis Hazenoot
Zijn eerste grote werk voor brassband, Trinity, heeft Hazenoot afgelopen jaar afgerond. Zelf is hij op zevenjarige leeftijd begonnen bij marching band Door Vriendschap Sterk in Katwijk op bariton/ euphonium, waarna verschillende andere orkesten volgden. Zijn interesse voor componeren was toen al duidelijk. “Als het dan pauze was, dan ging ik op de bok of in de map van de dirigent kijken; hoe werkt dat? Waarom klinkt dat zo? Hoe ziet dat eruit op papier?”, vertelt Hazenoot. Onder begeleiding van dirigent Michel de Haas schreef hij zijn eerste stukjes, waaronder een openingsfanfare. Als dertienjarige piepjonge componist nam Hazenoot deel aan de compositiewedstrijd Op weg naar het Nieuwjaarsconcert van het Nederlands Blazers Ensemble. Toen hij uiteindelijk in de finale stond, bedacht hij dat hij componeren misschien wel leuker vond dan zelf een instrument bespelen. Compositie sprak hem zo aan, omdat een componist meer overzicht heeft dan een muzikant die slechts één onderdeel is van het grote geheel. Ook vond hij het fascinerend dat je als componist een eigen wereld kunt creëren. In de praktijk merkte hij dat hij op zijn instrument niet voldoende discipline had. Discipline die hij voor componeren juist in overvloed had. “Schrijven kan ik echt urenlang achter elkaar, omdat ik het zie als een soort puzzel die ik moet oplossen.”
            Hazenoot heeft zich tijdens zijn studie compositie aan het Koninklijk conservatorium Den Haag en het Utrechts conservatorium geconcentreerd op klassieke compositie en filmmuziek. Ondanks dat zijn focus niet op de blaasmuziek lag, vindt hij het mooi dit nu weer de kop opsteekt. Volgens Hazenoot zou het goed zijn als in Nederland een nieuwe generatie componisten opstaat om een nieuwe impuls te geven, zoals dat momenteel in Engeland het geval is in de brassband sector. Zelf zou hij graag een compositie willen maken voor een grote blaasorkestbezetting, waarin hij het hoge niveau van het orkest en zijn eigen muzikale idee samen kan brengen.

Arend Gerds
Ook Arend Gerds begon als klein jochie bij het fanfareorkest. Zijn interesse voor compositie heeft hij niet van jongs af aan, maar is gedurende de jaren gegroeid. Zijn studie compositie volgde hij aan het ArtEZ conservatorium in Zwolle, waar hij inmiddels ook lesgeeft. Kamermuziek en hedendaagse muziek waren de belangrijkste pijlers van zijn studie. Gedurende een semester van zijn master studeerde hij aan de Montclair State University waar hij lessen volgde op het gebied van elektronische muziek en programmeren, toegespitst op compositie.
            Componeren voor de HaFaBra sector kwam niet aan bod, totdat uitgeverij North Music Holland hem benaderde met het verzoek een stuk te schrijven voor de blaasmuzieksector. “Daar had ik wel oren naar,” zegt Gerds. Het resulteerde in een psalmbewerking voor fanfareorkest, dat zowel bij hemzelf als bij het publiek in goede aarde viel. “Ik kreeg er weer opnieuw hart voor. Dat zit er gewoon in. Als je het van jongs af aan doet met plezier, dan blijft dat natuurlijk.” Ondanks dat de HaFaBra in zijn studie niet naar voren is gekomen, bleef het wel altijd op de achtergrond aanwezig. Zo had hij saxofoon als bijvak en viel hij af en toe in als dirigent bij verschillende blaasorkesten.  
            Gerds is inmiddels ongeveer drie jaar actief in de HaFaBra sector en heeft al een aantal stukken voor fanfare-, harmonieorkesten en brassbands gecomponeerd: alleen in 2017 al vier werken. “En 2017 is nog niet voorbij,” liet hij weten. In zijn composities komt de fascinatie voor klank duidelijk naar voren. Autonome muzikale parameters staan voorop; melodie en ritme zijn in beginsel geen slaaf van akkoordprogressies en tonale samenklanken. Zelf zou hij zijn kennis en ervaring in de kamermuziek en hedendaagse technieken graag combineren met de HaFaBra. “Als ik kijk naar muziek die wordt aangeboden in de HaFaBra sector en dit vergelijk met hedendaagse klassieke muziek, zeker van de laatste eeuw, dan zit daar zo veel verschil tussen.” Volgens Gerds zou het een het ander kunnen aanvullen. “Er zijn nog zo veel rijkdommen te ontdekken en het lijkt me geweldig om dat in mijn werk te laten zien en om mensen dit te laten meemaken.”

Ruben Maathuis
Een totaal andere invalshoek brengt Ruben Maathuis met zich mee. Twee jaar geleden heeft hij zijn master klassiek slagwerk behaald aan het ArtEZ conservatorium. Binnen deze master heeft hij een minor compositie gevolgd. Met zijn diploma in zicht rees de vraag: Wat wil ik doen na mijn studie? De conclusie was dat het in ieder geval geen carrière als professioneel orkestslagwerker zou gaan worden. Intussen ontwikkelde hij samen met twee andere slagwerkers een liveshow bij het debuutalbum van DJ Sluwe Vos. Dit resulteerde in een combinatie van elektronische muziek en live slagwerk. Dit smaakte naar meer; het trio Fusus werd opgericht.
            De eerste opdracht binnen de HaFaBra sector kwam vanuit slagwerkensemble Cadenza Twello, waar Maathuis zelf spelend lid is. Use the Density of Space componeerde hij voor het WMC 2017 en het werd een enorm succes, want Cadenza mag zich opnieuw wereldkampioen in de World Championship Division noemen. Naast composities voor slagwerkensembles verdiept Maathuis zich ook in blaasorkesten. “Slagwerk is en blijft supervet, maar bij een blaasinstrument kun je meer variëren met eenzelfde toon. Er zijn allerlei mogelijkheden op het gebied van klank. Dat maakt het heel erg interessant.” Maathuis bouwt zijn composities meteen vanaf het begin op in verschillende lagen. Meestal komt hij op een eerste idee, terwijl hij improviseert in zijn hoofd. Dat idee schrijft hij dan op en dat werkt hij verder uit. “Het is niet dat ik eerst een melodie bedenk en daaronder dan akkoorden plaats. Het gaat bij mij in vrijwel alle lagen tegelijk.” Hij denkt vooral in ‘sferen’ in plaats van in melodieën.
            Zelf zou hij graag een combinatie maken tussen het orkestwezen en de elektronische muziek. Zo heeft hij bijvoorbeeld in zijn compositie voor het WMC een elektronische kick toegevoegd. “Waarom niet een DJ en een orkest en een slagwerkensemble samen? Ik zou dat heel tof vinden. Je kunt sowieso van elkaar leren.” Hij hoopt op een kruisbestuiving tussen de traditie en de nieuwe muziek.  

/ gepubliceerd in ‘De dirigent’