Interview met Arend Gerds (Sonolize)

We zijn erg enthousiast dat Arend Gerds zijn eigen klassieke composities voor blaasmuziek aanbiedt via Sonolize. Hij studeerde aan het ArtEZ conservatorium bij Alex Manassen en Montclair State University (VS) bij V.J. Manzo en Ting Ho, waar hij een bachelor- en mastergraad in compositie behaalde. Naast het doceren van compositie aan het conservatorium van Zwolle is Arend ook dirigent en niet te vergeten vader. 
Arend is een zeer vriendelijke, gepassioneerde verteller. Wij hebben Arend Gerds geïnterviewd en stellen hem graag aan u voor.

Hoe was het om te studeren bij V.J. Manzo. Over een vat vol ideeën gesproken…
Geweldig, ik kijk er met heel veel plezier op terug. Niet alleen vanwege de studie, ook vanwege de fantastische metropool New York, waar ik bijna dagelijks te vinden was om concerten en musea te bezoeken. Bij Manzo heb ik, in het kader van mijn masteronderzoek, onderzocht hoe programmeren (algoritmes) en componeren op akoestisch vlak, samengaan. Dit resulteerde in composities voor musici en ‘computer’, waarbij een muzikale dialoog ontstond tussen speler en computer. 

Waar haal je zelf jouw inspiratie vandaan? 
Componeren gaat vaak over problemen creëren, om ze vervolgens zelf te kunnen oplossen. Dit vraagt om een analytisch vermogen zodat je ook vanuit het idee van wat het niet moet zijn, komt bij het idee van wat het wel moet zijn. Inspiratie is dus geweldig, maar vervelend op het moment dat je er afhankelijk van bent en het er vervolgens niet is. Als componist ontwikkel je gereedschappen om ook zonder inspiratie tot resultaat te komen. Los hiervan is er gelukkig meer dan genoeg ‘voeding’, o.a. uit andere kunstdisciplines zoals de schilderkunst (Mondriaan, Kandinsky) en de samenwerking met inspirerende choreografen. Ook kan ik de inhoudelijke dialoog met collegae erg waarderen. Persoonlijk ervaar ik een overvloed aan ideeën, de uitdaging is hoe je ze uitwerkt. 

Wat kenmerkt jouw stijl van componeren?
Ik denk, een benadering naar het componeren toe vanuit het idee van autonome parameters. Dit betekent: melodie, ritme en samenklank zoveel mogelijk in hun eigen functie en waarde laten, zodat ze niet dienstbaar of slaaf zijn van elkaar. Deze benadering gaat over het vinden van een optimale balans tussen deze parameters binnen een compositorisch idee. Wat meespeelt is natuurlijk de vraag voor wie je schrijft (niveau, bezetting, ‘gewenst’ klankidioom). Dit bepaalt namelijk hoe vrij ik met de autonomie van de parameters om kan gaan.

Hoe blijf je jezelf als componist ontwikkelen?
Door te blijven componeren. Compositorische problemen blijven komen, net als de oplossingen…

Is les krijgen in compositie een pré? En hoe voorkom je dat je als docent te veel stuurt in plaats van de persoonlijke creativiteit van iemand stimuleert.
Ik denk het wel, omdat het ontwikkelen van compositorische gereedschappen, een sterk analytisch vermogen en een scherpe voorstelling door een opleiding vanuit vakmanschap wordt gefaciliteerd. Dat neemt niet weg dat er ook autodidacten zijn die zich zonder opleiding heel goed redden. Wat een opleiding tevens biedt, is het besef van je positie als componist binnen een historische context (zeker na de laatste eeuw). Het valt op dat niet iedereen zich hier hiervan bewust is. 
Als docent waarborg je creativiteit door een niet normatieve benadering te hanteren. In pedagogisch opzicht een heel interessant gegeven. Je begeleidt studenten naar nieuwe ontdekkingen om ze te verrijken of verder te helpen. Het woord ontdekking is wat dat betreft mooi, datgene wat bedekt is, ontdek je.

En als we het toch over creativiteit hebben… Rijmt creativiteit op commercialiteit?  
Dat rijmt zeker. Beide woorden rijmen ook op originaliteit. Ook belangrijk. Ik accepteer dat ik als componist vaak toegepast moet schrijven, vanwege de opdrachtgever. Het is voor mij de kunst om, wanneer ik in opdracht schrijf, binnen de grenzen die er liggen mijn eigen fascinatie te vinden. 

Hoe ziet een typische werkdag er voor je uit.
Een typische werkdag heb ik niet echt. Ik start vaak rond 9:00 met de werkzaamheden die op dat moment gebeuren moeten. Dit kan compositie gerelateerd zijn, lesgeven of het voorbereiden van een repetitie. Componeren gaat altijd door en kan op elk vrij moment. Het fijne aan thuiswerken is dat dat dan ook kan. 

Toch één Covid19 vraagje… Wat betekent deze periode naast de sociale en de financiële perikelen voor je werkproces.
Meer tijd voor het componeren. Veel activiteiten worden afgezegd, waardoor ik vaker thuis zit en kan componeren. Het betekent in thematisch/inhoudelijk opzicht niets voor het werk wat ik schrijf op dit moment. Ik merk dat ik het sociale, wat ik ervaar tijdens lesgeven en dirigeren, op deze momenten wel mis. 

Hoe zie jij de toekomst van het muzieklandschap. Heeft je keuze voor Sonolize hierin een rol gespeeld?
Moeilijke vraag. Wenselijke zou denk ik zijn, een toekomst waarin componisten niet te afhankelijk zijn van externe zaken, maar de vrijheid voelen om te kunnen functioneren vanuit ‘het idee’ wat bij henzelf ontstaat. Als jongeling ervaar je dat er veel (bepalende) personen en instituten zijn die een behoorlijke stempel drukken op zaken. Zeker wanneer je mee wil doen in het ’speelveld’. Allerlei belangen spelen mee. 
Wat ik waardeer aan Sonolize is dat compositie gerelateerde zaken in beheer van de componist blijven, wat mijn vrijheid en zelfstandigheid waarborgt. In een ideale wereld blijft de hoofdzaak de muziek zelf. Uitgevers, platformen of instituten zijn wat dat betreft slechts randverschijnselen, die daarentegen wel heel positief kunnen bijdragen.

/ Gepubliceerd op ‘Sonolize.com’